Marijke Vos
Ex-wethouder Gemeente Amsterdam.
“Vooral met consumentenvoorlichting kunnen we bijdragen aan biodiversiteit, inclusief produceren en consumeren.”
Persoonlijke binding
Mijn moeder bracht het boek van de Club van Rome mee naar huis. Ik was toen 15, 16 jaar. Uit die tijd stamt mijn betrokkenheid bij biodiversiteit. Ik besloot biologie te gaan studeren, om te vechten voor behoud van de natuur en voor de toekomst van de aarde. Ik wilde een bijdrage leveren aan een andere omgang met natuur en natuurlijke hulpbronnen en grondstoffen. En ik wilde dat we wereldwijd die rijkdommen eerlijk zouden delen en bewaren. Die drive is een rode draad geweest tijdens mijn hele loopbaan.
Concrete kansen binnen mijn sector
We kunnen de noodzakelijke fundamentele veranderingen alleen voor elkaar krijgen vanuit een goede mindset. Te weinig stadsbewoners weten nog wat hun koop- en reisgedrag betekent voor biodiversiteit. Meer begrip voor en een gevoel van en verbondenheid met de natuur, is noodzakelijk voor een goede omgang met de planeet. Steden bieden bij uitstek kansen om mensen – vooral kinderen en jongeren daar doen we ook veel voor- met natuur in contact te brengen. Natuur in brede zin dan: van postzegelparken tot de Oostvaardersplassen. Amsterdam wil daarin, samen met partners, op een vernieuwende manier koploper zijn.
Projecten
Een concreet project is Proeftuin Amsterdam, waarin we via het thema voedsel de relatie leggen tussen de stad en de omliggende veenweidegebieden. Daar is de mogelijkheid om iets met agrobiodiversiteit te doen en ook met het thema gezondheid en voeding. Er lopen op deze gebieden al projecten, maar die kunnen worden versterkt. Ik zie volop concrete kansen in het inzetten van bijvoorbeeld parken, volkstuinen en veenweiden voor natuur- en milieueducatie en consumentenvoorlichting. Maar ook plekken waar grote aantallen bezoekers komen, zoals Artis en de Hortus, lenen zich daar uitstekend voor. Ik ga met NGO’s, bedrijven, Rijk en Provincie in gesprek om te bekijken hoe we dat samen ruimtelijk en organisatorisch vorm kunnen geven. Vooral met consumentenvoorlichting kunnen we bijdragen aan biodiversiteit, inclusief produceren en consumeren. Dat is de belangrijkste ambitie van de Taskforce. Landbouw en toerisme hebben een sterk effect op de mondiale biodiversiteit en als we die via het consumentengedrag positief kunnen beïnvloeden, is dat belangrijke winst. Natuurlijk legt Amsterdam in haar eentje niet veel gewicht in de schaal, maar als we internationaal goede voorbeelden kunnen neerzetten, heeft dat een groot spill over effect naar andere steden wereldwijd.
Unieke bijdrage
Ik denk dat ik gevraagd ben vanwege het feit dat ik wethouder was van een grote gemeente, Amsterdam, dat ambities heeft op het gebied van biodiversiteit. Met het ondertekenen van de Countdown 2010 Verklaring en de zogenaamde Durban Declaration is een stevig signaal afgegeven – ook internationaal – dat de biodiversiteit Amsterdam ter harte gaat, in zijn samenhang met die andere belangrijke duurzaamheidthema’s zoals energie, voedsel, verstedelijking, klimaatadaptatie.
De Taskforce wil bijdragen aan het economiseren van biodiversiteit. Zolang de kosten en baten van biodiversiteit nog niet daadwerkelijk in prijzen van producten zijn verwerkt, is het nodig de consument informatie te bieden over de gevolgen van zijn of haar keuzen voor biodiversiteit. Je kunt plekken in de stad als integrale learning environments ontwikkelen. Als wethouder van Amsterdam zette ik me in om dat ‘op de grond’ gestalte te geven.